Hoofdmenu openen

Mechelen Mapt β

Sint-Rombout

English.gif Patron saint of Mechelen
Sint Rombout in de Sint-Romboutskathedraal

Duizend jaar voor onze tijdrekening was er bewoning in het Mechelse maar de overlevering aangaande de vorming van enige kern vangt pas aan met de Hiberno-Schotse missiebisschop [N 1] Rombout,[N 2] die allicht al in de late zesde of eerste helft van de zevende eeuw de omgeving kwam kerstenen en er een abdij zou gesticht hebben. Honderden jaren nadien werd het overlijdensjaar van deze heilige arbitrair '775' genoemd, dus 8e-eeuws en dat werd tot in de 21e eeuw aangenomen. Hij zou op 24 juni vermoord zijn maar vermits die kalenderdag het hoogfeest van Sint-Jan de Doper gevierd wordt, verschoof Alexander IV, paus van 1254 tot '61, de feestdag van Sint-Rombout, verlatijnst Rumoldus, naar 1 juli.

Inhoud

GeschiedenisBewerken

Zijn naam wordt reeds vermeld in de vroeg 9e-eeuwse litanieën van Keulen, Beieren en Saint Denis (Parijs).(bron?) Een diploma van Karel de Eenvoudige uit het begin van de 10e eeuw vermeldt als toekomend aan de kerk van Luik een abdij in honorem S. Rumoldi martyris constructam, gebouwd ter ere van de heilige martelaar Rumoldus. De niet even betrouwbaar geachte volgende sporen kwamen rond 1042 in de Gesta episcoporum Cameracensium[N 3] en bij de eeuwwisseling in het eerste vita van Rombout, welk nochtans "veeleer een overdruk" genoemd is van dat van Sint-Bertuinus van Malonne (fr).[1]

 
Ex-ossibus (botrelikwie) van St.-Rombout
Echtheidszegel Vaticaan op rugzijde – Geveild in 2014

LegendeBewerken

Sint-Rombout zou volgens dat Vita Rumoldi Mechliniensis door de hagiograaf Diederik van Sint-Truiden (Theodericus Trudonensis, ca. 1060 - 1107, verbonden aan abdijen in St.-Truiden en Gent) afkomstig geweest zijn van de Britse Eilanden en vanuit Rome te Mechelen zijn aangekomen op Goede Vrijdag in 745. Hij vermaande de bij de Bakelareput aangetroffen dansende en zingende mannen en vrouwen. De onvruchtbaar gewaande gemalin Elisa van de plaatselijke graaf Ado, zijn welwillende gastheer, voorspelde hij terecht de geboorte van hun kind en doopte het Libert. Dit knaapje werd door Rombout van verdrinking gered. Libertus zou als monnik in Sint-Truiden door Noormannen vermoord zijn, zodat hij als heilige martelaar vereerd bleef [2]

Rombout liet ter ere van de eerste christelijke martelaar Sint-Stefaan (St.-Etienne) een abdijkapel bouwen en betaalde de arbeiders dagelijks een billijk loon. Dat liet twee mannen beseffen dat Rombout geregeld poen op zich droeg. Toen hij op zekere dag een van beiden wegens overspel berispte, was het hek van de dam. Ze volgden hem wijl hij al biddend wandelde, sloegen hem dood, roofden wat hij op zak had en namen de benen nadat ze het lijk in de rivier deden verdwijnen.

Een wonderbaarlijke lichtschijn verraadde echter de plek en het lichaam werd met grote luister bijgezet in de kapel. Vlakbij het graf gebeurden aanstonds mirakels. De stoffelijke resten werden overgebracht naar een naar Rombout genoemde nieuwe kapel, waarvan de ver- of herbouw uit 1150 (bron?) nog begin de 19e eeuw in de binnenstad stond.[N 4]

 
Als geraamte gepositioneerde botten uit het
Sint-Rumoldusschrijn, in 2004.

(Oorspronkelijke fotopublicatie: Gilde der Kasdragers)

CultusBewerken

Van heinde en verre kwam men de martelaar vereren. Met die winstgevende cultus ontspon zich een lang dispuut tussen de plaatselijke Heer, de Prins-Bisschop van Luik, de Hertog van Brabant en de Graaf van Vlaanderen omtrent de heerschappij over dit bedevaartsoord. Daarbij lieten het kapittel van Sint-Rombout en de inwoners en handelaars van de tot ontwikkeling gekomen stad, ook bezorgd voor hun relatieve onafhankelijkheid, zich niet onbetuigd.

Sint-Rombout hoort tot de voor hulp bij onbekende ziekten en onverklaarde pijnen ooit sterk in Antwerpen, Dendermonde en Mechelen vereerde 'Zesendertig Heiligen'.[3] De Sint-Libertusparochie en -kerk bij Pasbrug getuigen dat ook Ado's zoon een van hen is. Vermits zijn met Sint-Goswin gezamenlijke marteldood in '835' lastig met het traditionele sterftejaar van Rombout rijmde, werd ze veelal naar 783 'verschoven'.[4]

Naar verluidt werd ooit, omwille van een stadswalverbetering, een deel van Sint-Rombouts dierbare botten te gelde gemaakt. Dit zou het in privébezit opduiken van voor authentiek gehouden relikwieën kunnen verklaren, alsook de onvolledigheid van het bewaarde skelet.

OnderzoekBewerken

Bloemlezingen over een Schotse koningszoon Rombout (aldus soms met kroon voorgesteld) die in Rome vroeg van zijn luxueuze leventje als bisschop van Dublin (aldus met mijter voorgesteld) bevrijd te worden, rammelen cultureel en historisch als oorbellen aan een ten doop gehouden duivelskop.

Er is geargumenteerd dat de abdij van Rombout even ten noordwesten van het centrum in de Holm, eventueel op Rommekensberg, zou gestaan hebben maar bewijzen ontbreken alsnog.

De beenderen van de patroonheilige van de stad bevonden zich in de inmiddels verdwenen Sint-Romboutskapel pal in de hoek van het huidige Sint-Romboutskerkhof bij de Sint-Katelijnestraat. Sinds 1237 worden ze bewaard in een (inmiddels al enige malen vernieuwd) relikwieschrijn in de Sint-Romboutskerk, vanaf 1559 een kathedraal — ze trokken pelgrims aan, die in het vlakbije huis 'De Beyaert' konden logeren. Ondanks hun plechtige erkenning in 1479 – '80 werden er twee van een rund onder herkend.[3] Sindsdien kwam bij hoogtechnologisch onderzoek in 2004 vast te staan dat de overige botten minstens 120 jaar ouder zijn dan verwacht, mogelijk zelfs uit de late zesde eeuw. De 35 tot 40 jaar geworden man had niet in de Karolingische maar nog in volop Merovingische tijd geleefd,[5] wijl de streek rond Mechelen bij de grens lag van gebieden betwist tussen Austrasische koningen Sigebert I, Childebert II, Theudebert II en Theuderik II en anderzijds de Neustrische koningen Chilperic I en (vanaf 3-jarige leeftijd in 587 tot 629) Chlotarius II. Deze laatste bevorderde het werk van Hiberno-Schotse missionarissen en bracht in samenwerking met Austrasische edelen bij zijn edict van 614 dat gebied onder hem en vanaf 623 diens zoon Dagobert I en dan de 'vadsige koningen'.

Het christendom zou ook in het Brabantse verspreid zijn door de Northumbrische Willibrordus, bisschop van Utrecht en overleden in 736 à '39. Hucbert, bisschop van Maastricht en Luik en na zijn dood in 727 gekend als Sint-Hubertus, alsook Lantpert ofte Landibert, de voorgaande bisschop van Tongeren-Maastricht en gestorven in 705 à '9, zouden Mechelen bezocht hebben. Aldaar is aan deze Sint-Lambertus, patroonheilige van Luik en de Ardennen, trouwens een kapel opgedragen geweest. In zoverre de identificatie van het 580 à 655 gedateerde gebeente klopt, was Sint-Rombout hen allen voor. Hij kan van Sint-Elooi, Aquitaanse goudsmid en bisschop van Doornik die echter ook Hiberno-Schotse monnikenregels volgde en heidense verering rond het Antwerpse bestreed, een leeftijdsgenoot geweest zijn — maar nooit de legendarische wonderbare ontmoeting gehad hebben met een van 705 tot 775 levende Guntmar, Gummar ofte Gommaar van Nivesdonck, gekend als Sint-Gummarus van Lier en te Mechelen vooral als Sint-Gommarus.

VariaBewerken

  • Sint-Rombouts eerste prediking in het Mechelse, volgens overlevering bij een bron genoemd Bakelareput, was in verheven beeldhouwwerk voorgesteld op ene 'Bakelareput' aan de kruising van de Bakelaarstraat met de (ver van de tegenwoordige) destijdse Wijngaardstraat. Deze laatste en de toenmalige (niet de huidige) Wittebroodstraat werden pas in de 17e eeuw hernoemd tot Sint-Rumoldusstraat, sinds 1899 gedeeltelijk Jan Bolsstraat geheten. Pas in 1900 kreeg de nabije huidige Sint-Gommarusstraat haar naam. In deze in de vroege 21e eeuw afgeschafte Sint-Gommarusparochie dateert het complex van onder meer de herbestemde gelijknamige kerk en een schoolgebouw van 1926.[6] Mechelen Mapt vermoedt dat de huidige (allicht sinds 1900) Oude Sint-Gommarusstraat als Sint-Gommarusstraat tot de aanleg van de spoorlijn Mechelen-Antwerpen verder stadwaarts reikte, aansluitend op of eventueel inclusief de Bakelaarstraat.
  • De houten gevel van het huis Sint-Rumoldus op de hoek van de Begijnenstraat met adres Onder-den-Toren 1 te Mechelen, werd in 1773 vervangen door een arduinen Lodewijk XV-lijstgevel met onder het middelste raam van de eerste verdieping als opschrift de 'S.' van Sint of eigenlijk Sanctus en eronder 'Rumoldus'.

GalerijBewerken

Zie ookBewerken

  • Cavalcade, inzake over Sint-Romboutsvieringen te Mechelen

Externe linksBewerken

BronnenBewerken

  1. Laenen, Jozef. Kerkelijk en godsdienstig Brabant vanaf het begin der IVe tot in de XVIe eeuw of Voorgeschiedenis van het Aartsbisdom Mechelen I, p. 319-320, voetnoot. Antwerpen (1935), geciteerd in:

    • Indestege, Luc. Een verlucht gebedenboek (c. 1540) uit de abdij van Sint-Truiden. De Gulden Passer jg. 20, p. 82, zijnoot. De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen (1942); Online: Dbnl (2015). Nagezien 2016-10-07.
  2. Indestege, Luc. Een verlucht gebedenboek (c. 1540) uit de abdij van Sint-Truiden. De Gulden Passer jg. 20, p. 59 – 99. De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen (1942); Online: Dbnl (2015). Nagezien 2016-10-07.
  3. 3,0 3,1 Heiligen in de volksdevotie. Teksten uit tijdschrift Quanta Cura (1992-2002) van het Thomas-Moregenootschap. ChristusRex.be (1999-02-01). Nagezien 2016-10-25.
  4. Van den Akker, Andries. † 783 Libertus van Vlaanderen met Goswin van St-Truiden. Heiligen.net. Nagezien 2016-10-28.

  5. Lezing over Sint-Rombout in Mechelen – Sint-Rombout: waarheid of legende? (Presentatie voor lezing op 20 mei 2010). Persdienst Aartsbisdom; Vrienden van de Sint-Romboutskathedraal vzw, Mechelen (2010). Nagezien 2016-10-08.
    • Van Strydonck, Mark; Ervynck, Anton; Vandenbruaene, Marit; Boudin, Mathieu. Relieken, echt of vals? Davidsfonds, Leuven (2006). ISBN 978-90-5826-420-6.
    De relieken van Sint-Rombout. Torens aan de Dijle vzw (samenwerking tussen vertegenwoordigers van 8 historische kerken te Mechelen en de Stad) (2011). Nagezien 2011-07-05 (in 2016 niet meer online).

  6. Bakelaarstraat. Inventaris Bouwkundig Erfgoed. Onroerend Erfgoed, Vlaamse Overheid. Nagezien 2016-10-26.
    Historiek van de buurt. BuurtcomitÉ Caputsteen, Mechelen. Nagezien 2016-10-26.

VoetnotenBewerken

  1. Ook wel 'predikbisschop' genoemd: tot de priesterrang van bisschop gewijd zonder toewijzing van een (welomschreven gelocaliseerd) bisdom. Meerdere missionarissen waren zulke titulaire bisschoppen, waaronder vroege Hiberno-Schotse en enige andere uit die tijd, zoals de Aquitaan Amandus tot hem in 648 de zetel Maastricht werd toegewezen.
  2. Rombout is zijn gewone naam te Mechelen en, evenals het Latijnse Rumoldus, in het Nederlands. Varianten in de loop der eeuwen o.m. Rommout, Rommoud, Rommond, Rummondt, Rommoult, Romuold, Romuald [meer gebruikelijk voor een 10e/11e-eeuwse heilige], Rumold, Rumbold [meest gebruikelijk in het Engels], Rombold, Rombould, Rombald, Rombaut [meest gebruikelijk in het Frans].
  3. Dit (foutievelijk aan Balderic van Thérouanne toegedichte) geste of yeeste van het bisdom Kamerijk (nu Cambrai) gaf slechts een korte vermelding: "Apud Maslinas quoque monasterium est canonicorum, ubi quiescit pretiosus Dei Martyr Rumoldus, genere Scotus, qui vitam eremiticam ducens inibi martyrizatus est" (benaderend: 'Te Mechelen alwaar het klooster geheiligd is, in hetwelk de waardevolle resten van Gods martelaar Rumoldus, een Schot, die een kluizenaarsleven leidde en er ook gemarteld is' — in zijn geval door doodslag martelaar werd, niet gefolterd). Mag men dan veronderstellen dat de relikwieën rond 1042 nog steeds niet naar een Sint-Romboutskapel intra muros waren overgebracht maar tegen 1100 volgens het vita al wel? Of was vóór 1042 een Sint-Romboutsklooster (Latijn monasterium) binnen de vesten opgericht, eventueel na verwoesting van de veelal erbuiten vermeende abdij (Latijn abbatia) door Noormannen? De Sint-Romboutskapel stond op plannen nochtans eenzaam los. Het vroegste uit 1574 was zes jaar voor haar zogenaamde 'verwoesting' in de protestantse Engelse Furie, die nogal meeviel gezien de latere tekeningen en stadsplannen.
  4. In het Westen sinds 386 bevestigde een bisschop of gemachtigde abt een spontaan ontstane cultus van een martelaar door de relikwieën naar een voorname stadskerk over te brengen (translatio) en ze daar plechtig (letterlijk) te verheffen (elevatio, een heiligverklaring avant-la-lettre). Van die heiligen werden sommigen veel later niet langer erkend, waarbij onder meer hun vita's een rol speelden. Officiële heiligverklaringen begonnen pas vanaf 993, ook nog door bisschoppen tot die vanaf 1181 hooguit 'zalig' en alleen de paus 'heilig' verklaarden. Voorheen waren dat synoniemen maar pas sinds 1634 is het onderscheid echt strikt en zijn beide pauselijke privileges.