Hoofdmenu openen

Mechelen Mapt β

Onze-Lieve-Vrouwgasthuis

English.gif Former hospital in Mechelen
Het Onze-Lieve-Vrouwgasthuis in de Keizerstraat

Het Onze-Lieve-Vrouwgasthuis in Mechelen was sinds het einde van de 12e eeuw aan de Onze-Lieve-Vrouwestraat en verhuisde midden de 19e eeuw naar de Keizerstraat in een voor die tijd heel modern ziekenhuis, ontworpen door de Tiense architect K. Drossaert. De laatste gasthuiszusters die aldaar hadden geleefd en gewerkt, vertrokken naar Onze-Lieve-Vrouw Waver bij de overgang naar het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in een nabije 20e-eeuwse vleugel, later behorende tot het AZ Sint-Maarten.

Mechelen had overigens ook het Spaans Gasthuis aan het Sint-Romboutskerkhof.[1]

Inhoud

Het eerste Onze-Lieve-VrouwgasthuisBewerken

De kanselier van Bourgondië, Nicolas Rolin ontbood zes nonnen vanuit het laat-twaalfde-eeuwse Onze-Lieve-Vrouwgasthuis tegen de Dijle, vlak tegenover de Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk, naar Beaune om aldaar een Hôtel Dieu en de Hospices de Beaune op te richten.

In de 12e-13e eeuw werd in Aarschot een gasthuis gesticht. We vinden het gasthuis onder verschillende benamingen terug, waaronder het Sint-Gertrudis-, het Sint-Elisabeth-en het Sint-Jorisgasthuis (1526) en, vanaf 1655, het Onze-Lieve Vrouwegasthuis. Heden ten dage wordt het meestal het Sint-Elisabethgasthuis of het CC Gasthuis genoemd. In 1575 brak in Aarschot een zoveelste pestepidemie uit, die deze stad verschrikkelijk teisterde. De gasthuiszusters uit Aarschot trokken tot in de verste steegjes van hun stad om de aan hun lot overgelaten zieken op te zoeken en te verplegen. De ziekte spaarde niets of niemand. Het grootste deel van de bevolking, onder wie al de gasthuiszusters, bezweek aan de pest. Ten einde raad liet het stadsbestuur van Aarschot drie zusters overkomen uit het Gasthuis van Mechelen om het verplegingswerk verder te zetten.[2]

Eén van de beelden die speciaal werden gemaakt voor het oude Onze-Lieve-Vrouwgasthuis, dat uit rond 1525 van de heilige Sebastiaan, bevindt zich in het Museum van de Commissie voor Openbare Onderstand (COO) of OCMW in Mechelen.[3][4]

De Gasthuishoeve, gelegen aan de Gasthuishofweg in Hofstade, was een omwald hof op een rechthoekig plan met voorhof en berg. Volgens een sluitsteen, boven de deur, dateerde het hoofdgebouw uit 1662. De hoeve diende als opbrengsthoeve voor het Mechelse Onze-Lieve-Vrouw Gasthuis. Later kwam ze in handen van het Mechelse OCMW. In 2008 kocht de gemeente Zemst de hoeve met omliggende gronden en om ze te restaureren als restaurant. [5]

Het latere Onze-Lieve-VrouwgasthuisBewerken

KapelBewerken

Koning Leopold I legde op 3 juli 1854 de eerste gasthuissteen en plaatste er een loden kistje met 12 munten. Een bronzen plaat op de kapeldeur herinnerde aan de ingebruikneming in 1857 en de inwijding door Kardinaal Sterckx van de kapel. Deze draagt in haar gevel de inscriptie: ‍'Commissie Openbaren Onderstand – OLV-Gasthuis'‍.

De kapel van het oude gasthuis bevat nog steeds een mooi houten barokke altaar en een orgel uit de 17e eeuw.

BeeldenBewerken

Tegen de buitenmuur, langs de kant van de Keizerstraat en naast het Gasthuis, is er het al in 1753 door de Mechelse beeldhouwer Theodoor Verhaegen gesculpteerde, barokke Onze-Lieve-Vrouwebeeld, met de tekst ‍'Matri Dei – Sine Labe Conceptae'‍.[6]

Centraal in de voortuin stelde een bronzen beeld van de Mechelse beeldhouwer Jef Willems (1845 – 1910) ‍'Job op zijne mesthoop'‍ voor. Het werd inmiddels verhuisde naar de voortuin van het Dodoensziekenhuis op de Zwartzustersvest.

HerbestemmingBewerken

Dankzij de inspanningen van de groep Restauratie Integratie Mechelen (RIM) in 1998 werd het Onze-Lieve-Vrouwgasthuis behouden. [7] In 2008 kwamen het Mechelse OCMW en de Regie der Gebouwen de verkoop overeen van de oude vleugel van het voormalige gasthuis en in 2009 startten er de uitbreidingswerken van het Mechelse gerechtshof.

VariaBewerken

  • Enkele der meer vermaarde dokters waren hoofdheelmeester Hector Le Blus en Henri Dieudonné, tijdens de Eerste Wereldoorlog voorzitter van de Mechelse afdeling van het 'Verbond tot Bestrijding der Tering' en vlak erna voorzitter van de 'Geneeskundige Commissie van de stad Mechelen'.[8]
  • In 1950 stierf Rikske, den Bult, in het Onze-Lieve-Vrouwgasthuis op 61-jarige leeftijd. [9]
  • In 2008 brachten in het oude gasthuis een aantal kunstschoolstudenten uit acht Europese landen, waaronder Anne-lise Carron, Bram De Jonghe, Karlson & Kaselaan, Jan Merlin Marski, Maalman & Kops & de Weert, Patricia Röder, Kristin Rogghe, Jan Rymenants, Andrew Sims, Wootton & Hartmann,[10] korte films, installaties en performances met als gemeenschappelijk thema 'De relaties tussen bewegend beeld en performance'.[11]
  • Volgens de Nederlandse Ghosthunters zitten er spoken in het Oud-Gasthuis.[12]

GalerijBewerken

<googlemap version="0.9" lat="51.028937" lon="4.485812" zoom="15" width="300" height="300" >(O) 51.028937,4.485812 Pasbrug</googlemap>

LiteratuurBewerken

  • Beterams, F.G.C.. 'Inventaris van het Archief van de Commissie van Openbare Onderstand van Mechelen - Deel 2 - Het Begijnhof te Mechelen - De armenzorg in de 19de eeuw' (1957) beschrijft de inschrijvingsregisters, registers van overlijden, registers van de materniteit, ziekenstatistieken en -zalen (uit een periode van 1794 tot 1933).[13]
  • Vandenberghe, S.. 'Opgravingen en vondsten in de tuinen van het O.L.V.-Gasthuis te Mechelen' Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen 72: 161-198 (1968) behandelt onder meer het gasthuis.[14]
  • Van Autenboer, E..'Het Onze-Lieve-Vrouw Gasthuis te Mechelen tijdens de Calvinistische overheersing (1580 – 1585)'.[15]

Externe linksBewerken

BronnenBewerken

VoetnotenBewerken