Hoofdmenu openen

Mechelen Mapt β

Familie Vermeulen

English.gif Gilded leather manufacturers in Mechelen
Huis Goudleer – Lange Ridderstraat
Huis Goudleer
Huis Goudleer

De familie Vermeulen uit Mechelen speelde een belangrijke rol in de goudleerproductie. Dankzij een in 1711 aangevangen handschrift van Carolus Jacobs [N 1] en diens kinderen, ‍'Secreet boeck van schone diverse en eerlycke konsten gevonden door Jan Vermeulen goude leermaker der stadt Mechelen, anno 1677'‍, gaf die goudleerbewerker op enkele vakgeheimen na een inkijk [N 2] in zijn beroep, dat in Mechelen voornamelijk in familiebedrijven werd uitgeoefend en van vader op zoon doorgegeven. Het huis van de familie Vermeulen stond in de Lange Ridderstraat.[1]

Inhoud

Mechelen

De 15e en de 16e eeuw waren een goede voedingsbodem voor het ontstaan van de goudleerproductie in Mechelen. Mechelen was reeds gekend als gedegen productiecentrum van leder, geproduceerd door de Mechelse huidevetters, dat verspreid werd over de Lage Landen en de Lorreinen. Het was, als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), dat de lederproductie serieuze klappen kreeg waardoor er werd overgeschakeld op de productie van goudleer. Het Mechelse goudleer was van superieure kwaliteit en had grote faam. Vooral de Mechelse broers Antoon, Peter en Gillis Vermeulen werden bekend als de uitvinders van een nieuwe looimethode.

De Mechelse goudleermakers gebruikten de beste huiden, looistoffen, lijmen, bladzilver, verfstoffen en vernissen, waardoor het beroep enkel kon buigen op kapitaalkrachtige families. Naast de infrastructuur (werkplaats, magazijn, kalk-en schorsputten) waren er ook de drukplaten voor patronen (meestal gemaakt door vermaarde kunstenaars) en de loonkosten voor het personeel (leerbereiders, leertouwers, vergulders, polijsters, schilders en lijmers). Tevens nam de fabricatie verschillende maanden in beslag en was het een zeer complex productieproces.

De familie Vermeulen-Van Hombergen en de (aangetrouwde) familie Jacobs kwamen hier tijdens de 18e eeuw versterkt uit tegenover de kleinere fabrikanten en behoorden, als succesvolle ondernemers, tot de stedelijke elite. Hun werkplaatsen werden uiteindelijk opgewaardeerd tot het juridische statuut van 'compagnie' of 'sociëteit'. De vennoten werden echter binnen de familie gehouden zodat niet enkel de kwaliteit van hun goudleer hoog werd gehouden, maar ook dat de fabricagegeheimen niet naar buiten kwamen.

Literatuur

  • Jansen, A. 'Het Mechelse goudleer'. Bulletin du Cercle Archéologique, Littéraire et Artistique de Malines (1909 jg. 19, p. 277-302).
  • (fr) Jansen, A. 'Mélanges: extraits d'archives concernant les cuirs dorés'. Bulletin du Cercle Archéologique, Littéraire et Artistique de Malines (1909 jg. 19, p. 303-305).
  • Van Autenboer, E. 'De familiale verhoudingen van de Mechelse goudleermakers. Bulletin du Cercle Archéologique, Littéraire et Artistique de Malines (1970 jg. 74, p. 172-185).
  • Rau, H. 'Mechelse goudleermakers in Amsterdam'. Bulletin du Cercle Archéologique, Littéraire et Artistique de Malines (1984 jg. 88 nr. 2, p. 73-78).
  • Braekman, Willy Louis. 'Secreten van een goudleermaker en van een edelsmid uit Mechelen – 17e eeuw'. Bulletin du Cercle Archéologique, Littéraire et Artistique de Malines (1998 jg. 102 nr. 1, p. 95-154).
  • Lauwers, Jos. 'Mechels goudleer in het Steen te Elewijt' De Semse Kroniek (2002 nr. 4, p. 255-264).

Externe links

Bronnen

  1. Nys, Jos. (2006-07-10) Plezante ontdekking op reis! - 2 reacties (om 22:08 en 22:11) Mechelen Blogt, verwijzend naar 'Mechlinia' en 'Monumenten & Landschappen jg. 11 nr. 6 (november-december 1992)'.

Voetnoten

  1. Carolus Jacobs was een achterneef van Jan Vermeulen.
  2. Alhoewel het boek, opgenomen in de Inventaris van het Fonds der lederverwerkende ambachten in het Mechelse stadsarchief (1989-'89), de techniek minitieus beschrijft, blijven door in onbruik geraakte terminologie en bepaalde grondstoffen, alsmede enige amper te ontcijferen beschrijvingen, nog verscheidene aspecten versluierd. Bronnen:
    Reocities
    Lutson (klik “Weekend”)