Hoofdmenu openen

Mechelen Mapt β

Familie Loret

English.gif A family of organ builders in Mechelen

François-Bernard en Hyppolyte Loret werden geboren te Dendermonde. Beide broers waren de zonen van de Dendermondse organist van de Sint-Gilliskerk en stadsbeiaardier Jean-Joseph Loret (Dendermonde, 6 maart 1757 - Mechelen, 11 september 1847) en werden orgelbouwers.[1] De familie Loret was een geslacht van musici, organisten, beiaardiers en orgelmakers in de 18de en 19de eeuw.

Geschiedenis

F.B. Loret (Dendermonde, 6 april 1808 - Mechelen, 17 november 1877) leerde het vak van orgelbouwer van zijn vader maar was ook een ingenieur mechanica. Na een zaak te hebben gestart in Sint-Niklaas verhuisde hij, in 1845, naar Mechelen waar hij de “Manufacture d’Orgues d’églises F. Loret Malines” opstartte in de Bleekstraat.

F.B. Loret werd wereldwijd geroemd om zijn uitvindingen qua orgelmechaniek en pneumatiek, doch werd door sommigen gehekeld want moeilijk te onderhouden. F.B. Loret gebruikte bijv. een zwengel met krukas voor het bedienen van de balgen.[2] Ook herkenbaar waren de toepassing van balansklavieren, het roldeksel over de klavieren en de toepassing van porseleinen registerknoppen. Hierop werden de registers van het manuaal in zwart beschreven, die van het positief in blauw. Het pijpwerk was dunwandig met een enge mensuur en nauwe voetopeningen. Het groot octaaf van de Bourdon 16 vt en Prestant 8 vt hadden een stevige grondtoon, maar in hogere ligging werden deze registers minder krachtig. Ondanks het aangehangen pedaal ervoer men een stevige bastoon. Fluiten en strijkers kleurden de klank, tongwerken en cornetten voegden een zekere felheid toe.

Tijdens zijn periode in Sint-Niklaas werkte hij samen met zijn schoonbroer Henri Vermeersch (Loret-Vermeersch), die in 1839 overstapte naar het atelier van Theodoor Smet in [Mechelse rand#Duffel|Duffel]] (Huis &zwj' ‘t Lieve Vrouwke'‍ in Duffel, op de hoek van de Gemeentestraat en de Molenstraat).[3] In Mechelen runde F.B. Loret de zaak samen met zijn broer Hyppolyte (Dendermonde, 1 dec. 1810 - Parijs, 8 september 1881) en zijn zoon Camille (1833-1904), die na zijn dood de activiteiten verderzette. Hyppolyte Loret vestigde zich, rond 1859, in Parijs.

In het atelier in Mechelen leerde de latere Friese orgelbouwer Petrus Josephus Adema het métier, [4] alsook de Lakense broers (en later orgelbouwers) Salomon en Adrien Van Bever.[5]

Naast auteur van verschillende theoretische traktaten en opiniestukken over de orgelbouw bouwde F.B. Loret in zijn leven meer dan 300 kerkorgels. Enkele opleverdata en adressen:

Loret-orgels waren ook te vinden in de Sint-Anoniuskathedraal van Breda, in de Sint-Janskerk in Goirle, in de O.L.Vrouwkerk ten Hemel Opneming in Reusel, in de abdij van Averbode, in de Sint-Pieter en Pauwelkerk in Neerijse, in de kapel van het Sint-Janshospitaal in Oostende en in Klein-Zundert. Opleverdata werden echter (nog) niet gevonden.[6]

Mechels tin

Het orgelpijpwerk van de firma Loret bestond uit diverse percentages tin-en-loodlegeringen (wat een metaalplaat inhield met een fijn laagje tin erop geperst). Deze uitvinding van F.B. Loret werd omschreven als “Mechels tin”.

Lemmensinstituut

In het atelier in Mechelen werden, rond 1879, de eerste lessen gegeven van het latere Lemmensinstituut.

Boeken

  • Kersten, Angeline. 'Het Loret-orgel in de Sint Lambertuskerk te Udenhout'.(1987).
  • v.d. Harst, JJ. –'Het Loret-orgel in de Sint Lambertuskerk te Udenhout' (1992).
  • Ferrard, Jean. 'L’orgue Hippolyte Loret de l’église Notre-Dame du Finistère à Bruxelles (Histoire d’une renaissance). Uitgeverij Neufcoeur.

Bronnen