Hoofdmenu openen

Mechelen Mapt β

Blauwkinderen

English.gif Orphan care in medieval Mechelen
Goswin De Stassaertstraat

Blauwkinderen waren in Mechelen een algemeen gekend begrip. Blauwkinderen waren wezen die werden opgevangen in wezenhuizen en gekleed liepen in blauwe of grijze kledij.

Inhoud

Geschiedenis

In het verleden werden relatief veel gewone mensen niet veel ouder dan 40 jaar. Hierdoor raakten hun, dikwijls talrijke, kinderen al vroeg wees en werden zij opgevangen door de samenleving. Mechelen had een aantal weeshuizen (ook burgerlijke godshuizen genoemd) waaronder het Blauwhuis en het Sint-Josephshuis, [1] geïnspireerd door de Mechelse priester / econoom Christiaen De Cort.

Blauwhuis

Het Blauwhuis was, in 1522, gesticht door de edelman-priester Rombout van Diest en werd gerund samen met zijn broer Aert (of Arno(u)ld of Arnoldus). Daarom kreeg het ook de naam Sint-Romboutswerkhuis.

De meisjes en jongens die er woonden liepen allen in een blauwe kledij. In 1651 werden de wezen van het Blauwhuis verenigd met de vondelingen uit het vondelingenhuis uit de Jodenstraat en kregen ongeveer 20 wezen er kost en inwoon.

Vooreerst gelegen in de Zelestraat vond het Blauwhuis, voor de weesmeisjes, onderdak in de Kerkhofstraat (Goswin de Stassartstraat 54 tot 58) en had het Blauwhuis een afdeling voor weesjongens in de Jodenstraat. Een testament opgesteld in 1552 begunstigde "ene fondatie aen het Huys van de vondelingen, nu geseyt het Huys St. Josephus" met een rente om vijfjaarlijks "een vondelinck van het selve Huys, tsy dochter oft sone" te gerieven.

De wezen verdwenen echter na de Franse Tijd en het gebouw in de Kerkhofstraat werd - uiteindelijk - omgebouwd tot danszaal Scala.

In het oprichtingsstatuut werden volgende richtlijnen geopperd :

  • Als dat voor aleer dese jongers sullen mogen in deses huyse koemen, moeten hebben den ouderdom van negen volle jaeren
  • Ten tweeden, dat sy sullen mogen in desen huysen blyven tot dat de selve bequaem sullen syn, om hunnen kost te winnen
  • Ten derden, als se daer sullen uytgaen, dat sy geheel sullen gekleedt worden in het nieuw
  • Ten vierden, dat sy in desen huysen woonende, in alles sullen moeten onderhouden de poincten ende artikelen die hun sullen voorgehouden worden
  • Welcke poincten namaels opgestelt zyn, hebben de profiteurs de selve goetgekeurt ende gewilt, dat de selve alhier sullen onderhouden worden

Tot onderhouding van dese fondatie hebben de voorschreven donateurs gebeden ende aansocht te zyn, voor Momboirs ofte Proviseurs, Heeren van het Magistraet van Mechelen. [2]

Sint-Josephshuis

Het Sint-Josephshuis ving vooral meisjes op. Een stichtingsdatum is niet gekend, maar in 1795 tekende de Mechelse apotheker Jan Baptist Rymenans op: “De weesmeisjes doen niet anders dan litanieën zingen, het grootste gedeelte van de dag verslijten met bidden en den Mechelsen Catechismus van buiten opzeggen waardoor de kinderen, die de gestichten verlaten, nauwelijks hun kost kunnen winnen”.

Vooreerst was het Sint-Josephshuis gevestigd in het vroegere klooster van Leliëndael in de Bruul, doch in 1844 verhuisden ze naar een pand in de Lange Schipstraat (Nu OCMW-gebouw) dat door de stad Mechelen was opgetrokken. In 1857 woonden er in dit pand een 28-tal weesmeisjes.

De aantijgingen van sommigen, waaronder J.B. Rymenans, werd door de verdedigers van het weeshuis gepareerd door te vermelden dat de weesmeisjes werden onderricht in het kantwerk. De meisjes, die vooreerst hun eigen kleren droegen, werden – onder druk van Napoleon Bonaparte – voorzien van een donkerblauw of grijs uniform.

De hygiënische omstandigheden in het Sint-Josephshuis waren soms schrijnend. Tussen 1838 en 1841 heerste er in het huis een oogontstekingsepidemie.

Schenkingen

De weeshuizen konden hun werking voornamelijk ontplooien dankzij de giften van verschillende (eventueel rijkere) personen, die een bedrag nalieten – al dan niet in hun testament.

Tekeningen

De blauwkinderen werden afgebeeld in tekeningen door de Mechelse kunstenaar Jan Frans Mandulyn.

Beeldbank

Externe links

Voetnoten