Hoofdmenu openen

Mechelen Mapt β

Frans Broersstraat

(Doorverwezen vanaf Bethaniënpolder)
English.gif Street in Mechelen, near the lower locks on the River Dijle

Bezig met het laden van de kaart...

Frans Broersstraat in Bethaniënpolderwijk bij sluizen en keerdok

De Frans Broersstraat in Mechelen is gelegen in de Bethaniënpolderwijk. Het is daarin de verst van de vesten gelegen lange straat die geen voormalige moerasgronden doorkruist.

Inhoud

BenamingBewerken

Oorspronkelijk werd de nog onverharde weg Sint-Lambrechtsstraat geheten, want men had verondersteld dat de in oude geschriften vermelde aan Sint-Lambrecht (gelatiniseerd tot Lambertus) gewijde kapel langsheen de huidige Battelsesteenweg, ongeveer ter hoogte van de nieuwe straat zou gelegen hebben.

Enkele jaren na die naamgeving en de asfaltbestrating met aanleg van voetpaden, ontstond toch betwisting of onzekerheid[N 1], zodat sindsdien Frans Broers geëerd wordt, de burgemeester die zich sterk inspande om de Afleidingsdijle te verwezenlijken opdat het oude adagio "Mechelen, water in de straten" slechts de voor het Mechelse dialect typische, correcte uitspraak van de lange open 'a' zou demonstreren. De naamkeuze is gepast omdat het andere eind van de straat uitkomt tussen de stroomafwaartse sluis op de echte Dijle en haar samenvloeiing met die gekanaliseerde tak.

Merkwaardige uitbreidingBewerken

Het smallere jaagpad op de Dijledijk, vanaf het parkeerterrein achter de sporthal tot aansluiting op de Hogeweg aan het aloude estaminet Het Bergsken in Battel bijna drie kilometer noordwestwaarts, zonder bebouwing en slechts toegankelijk voor zwakke weggebruikers en dienstvoertuigen met bijzondere vergunning, blijkt eveneens de straatnaam te dragen volgens Google Maps. Op de stadsplannetjes die de inwoners van Mechelen jaarlijks ontvangen, wordt dat traject echter noch als straat aangegeven, noch benoemd.

Omkadering: de BethaniënpolderBewerken

 
Oud-mouterij Versailles (eind 19e-eeuws, Polderstraat)
Zijkant van het destijds cabaretlokaal Versailles (hoek Battelsesteenweg)

Ten oosten van de Frans Broersstraat ligt het oudst bewoonde deel van de wijk: Spreeuwenhuisstraat, Zijpestraat en Bethaniënstraat vertonen private sociale rijhuizen in een homogene stijl uit de jaren net na de Eerste Wereldoorlog. De bewoners-eigenaars waren vooral bedienden, onderwijzers en arbeiders in overheidsdienst. Bij de heraanleg van rioleringen in 2011-2012 werden in de straat met de meeste huizen, de Bethaniënstraat, het wegdek en de beide voetpaden versmald om tussen er voor het eerst verschenen boompjes afgebakende parkeerzones te bekomen, zoals ook doch éénzijdig in beide andere straten.[N 2] In het verlengde van de Winketkaai heeft de Polderstraat[N 3] vooral nog iets eerder gebouwde rijhuizen, net als omheen haar hoek langs de oostzijde, nabij de Battelsesteenweg. De westzijde van dit langere deel van deze straat tot aan de oud-mouterij en oud-brouwerij Versailles werd pas na de Tweede Wereldoorlog volgebouwd. Tijdens de jaren '60 van vorige eeuw verschenen dan de eerste woningen in de Frans Broersstraat, uitsluitend aan de oostzijde.

Ten westen lag een beemd met moeras. De Mechelse stadsvuilnisdienst dumpte toen nog jarenlang huishoudelijk zowel als industrieel afval in dat lagere moeras. Kinderen uit de buurt werden weggejaagd, maar beleefden buiten werkuren en in weekends dolle avonturen op de smeulende, rokende resten van het onafgebakende stort, curieus brandende pek en dampende dikvloeiende kunststof 'onderzoekend'. Vijftig jaar later klinkt dat als onvoorstelbare horror.[N 4] Nadat het stort verhuisde, werden er nog enige jaren stapels dalles (voetpadtegels) en kasseien van de Stad opgeslagen.[N 5]

Van bij de verste rand van het stort daalde men af over een korte beek, welke het moeras via een sas op de Dijle uitweg gaf, tot op Polle ze' Veld ('het veld van Paul'), in feite een stukje laaggelegen landbouwgrond waar in 1953 een dodelijke slachtoffer viel van de grote overstromingen. Het boerderijtje[N 6] was in 1960 niet meer te bespeuren maar iemand kwam er er nog wel wat groentjes verbouwen. Ten noordwesten ervan lag dan de Zandbeemd, een reeds opgespoten deels met struikbomen begroeid duinlandschap waar 's zomers gespeeld en gezonnebaad werd. Een smal moeilijk begaanbaar pad leidde daarvandaan tussen het aldaar open moeraswater en het domein van het Kasteeltje van Michiels[1] naar de uiterste westhoek bij de Battelsesteenweg, waar toen nog een boomzagerij werkzaam was. 's Winters kon er op de open ijsvlakte wel eens een honderdtal schaatsers aangetroffen worden.

Het moeras werd later geheel gedempt door uit rivieren gebaggerde zandwinning vanuit aken op de Dijle via een stalen veertig centimeter dikke pijpleiding op te pompen. Aldus kwamen de westelijke landen aan de Frans Broersstraat beschikbaar voor de moderne woonwijk en het rusthuis De Polder. Behalve de Karperstraat, met enkele tientallen meters tot de eertijdse zuidoever van het moeras van oudere datum,[N 7] dragen de straten er persoonsnamen. Het gaat echter niet om andere oud-burgemeesters, wel om schilders: Theo Blickxstraat, Alfred Oststraat, Gustave van de Woestijnestraat, Prosper de Troyerstraat en Ernest Wijnantsstraat.

SporthalBewerken

Bij het noordelijke eind van de Frans Broersstraat valt de straat samen met het parkeerterrein achteraan het sportcomplex uit 1969. De hal was thuishaven van basketbalploeg Racing Mechelen waar behalve de Amerikanen Drozdiak en Varner spelers zoals Rik Samaey, Willy Steveniers en John (senior) Loridon voor de hoogdagen van het Belgische basketbal zorgden, tot het team in 1995 opging in de Antwerp Giants. De voorzijde met cafetaria van de huidige Sporthal Winketkaai en het ruime parkeerterrein ervoor, liggen ondanks die naam aan de Polderstraat; dat was ook het adres, zonder nummer, maar het werd recenter Winketkaai 39.

KattenhistorieBewerken

Tot in de tweede helft van de vorige eeuw stond op het punt tussen Keerdok en Polderstraat, een hoog woonhuis met café. Het overige deel van de huidige sporthal met beide parkeerterreinen, was beemd- en grasland, met ook een harde aarden vlakte waarop de lokale snotneuzen kwamen sjotten met twee bakstenen als de goal. Op dat plein liet de Stad een ijzeren golfplaten loodsje dat eerder voor stadsmateriaal in de aangrenzende beemd bij werkzaamheden had benut geweest, ter beschikking van oude mannen die er samen kwamen praten of kaarten. Eén van hen verzorgde er zwerfkatten die algauw vergezeld werden door er opzettelijk achtergelaten soortgenoten; ze konden via een tunnelletje in de barak schuilen. Deze verhuisde bij de bouw van de sporthal tot net achter het voorziene achterste parkeerterrein. Het 'kot' en een verrijdbare betere houten barak bleven daar staan en de ouderling van aan de Oude Liersebaan kwam per fiets de dieren bezoeken en voederen tot deze door de dierenbescherming werden weggehaald, naar aanleiding van de bouw der achterliggende woningen (wellicht rond de tijd dat hem de toegang tot de wijk langs de sluizen door een hoge afrastering geblokkeerd werd).

Externe linksBewerken

BronnenBewerken

  1. Redt de open ruimte – Beau-Lieu: bewoners zijn er niet gerust in Vanonderuitkrant Jg. 2 Nr.7 dec 2002/jan 2003 p. 4 (Nagezien 11 jul 2012)

VoetnotenBewerken

  1. Het leek niet geheel zeker dat er slechts één locatie van een St.-Lambrechtskapel geweest was, wijl een gekende dichter bij de Adegempoort had bestaan.
  2. 2,0 2,1 Sinds de lente van 2012 kan men in de Bethaniënstraat op geen van beide voetpaden met twee naast mekaar wandelen, wat voordien aan beide zijden zelfs met onwettig tot even op de voetpaden geparkeerde auto's wel kon. De parkeerstroken zijn daardoor erg breed voor de wagens van de bewoners die er zonder parkeerschijf en dus langdurig mogen staan; had men langs één van beide huizenrijen het voetpad slechts 20 cm versmald, zou het toch 30 cm breder zijn dan nu (88 cm naast de regengootpijpen). Eveneens in tegenstelling tot politieke beloften en wat zelfs a posteriori naar aanleiding van de gemeenteraadverkiezing van oktober 2012 door een partijgenote van de burgemeester verklaard werd, bleven in de drie heraangelegde straten samen minder parkeerplaatsen beschikbaar dan er vroeger benut werden, en merkelijk minder dan er huizen zonder garage zijn. Desondanks is bewonersparkeren niet toegestaan in parkeerstroken (2 uur met schijf) van de Polderstraat. Het ingevoerde éénrichtingsysteem laat uitsluitend vanuit die straat de uitweg vrij, de gevaarlijkste van de voorheen drie welke opnieuw beschikbaar zouden raken mits herstel van tweerichtingsverkeer in slechts het noordelijke stukje Spreeuwenhuisstraat, waarin het wegdek voldoende breed bleef; bovendien kunnen dan bewoners van Bethaniën-, Spreeuwenhuis- en Zijpestraat die geen parkeerplaatsje vonden, opnieuw de ook voor hen bestemde plaatsen nabij de Sporthal bereiken zonder de drukke steenweg langs te moeten.
  3. In de Bethaniënpolderwijk zijn Winketkaai en Polderstraat de enige wegen die al voorkomen op het Grondplan der Stad Mechelen 1901 (bijlage bij het beschrijvend stratenboek van kanunnik Van Caster), als La Drève respectievelijk Pissestraat. Vlak naast de oud-mouterij en oud-brouwerij Versailles aan de Battelsesteenweg, die op het plan nog Auwegemsesteenweg heette, liep hiermee parallel nog tot na 1960 in een klein valleitje de Pissebeek die in een betonnen rioolpijp onder de Polderstraat verdween. Ze zou ooit ongeveer achter de huidige Zijpestraat en Spreeuwenhuisstraat tot in de Dijle gelopen hebben.
  4. Eén der dapperste rakkers schrok er zelfs niet voor terug om moeraswater te drinken. Als dit aan de film Slumdog Millionaire doet denken... zijn ouders uit de Zijpestraat zouden kort daarop het Groot Lot van de Nationale Loterij gewonnen hebben.
  5. De meeste jongens en enkele meisjes uit de wijk en het aanpalend stuk Battelsesteenweg die vanaf eind jaren 1950 een leeftijd van ongeveer 6 jaar bereikt hadden en tot ze begonnen uit te gaan, vonden tot 1967 jaarlijks wel een methode om in de beemd allen samen een 'kamp' te bouwen: soms een afgedekte put in de grond, anders houten palen bespannen met jutezakken, of gemaakt met op het stadsstort aldaar verzameld materiaal. Eén zomer werden de 1,2 meter hoge muren opgebouwd uit plat op mekaar gestapelde dalles, uit het zicht onttrokken door de ettelijke bergjes van die tegels er omheen. Enkele jaren daarvoor hadden ze een klein atletiekterrein aangelegd: Voor het vérspringen leverden uitgespitte graszoden een degelijke aanloopstrook op dwars over de nog ongenaamde aardeweg die later Frans Broersstraat zou worden, en lieten meteen een omgewoelde zand-zavelgrond achter om zacht in te landen. Ze bouwden met zijn allen of in kleinere groepen paden in het moeras, of een aanlegsteiger voor een samen gemaakt vlot waarmee de moedigsten afvaarden.
    "Gaan buiten spelen, Ma", heette dit allemaal.
  6. Begin de jaren 1960 bleef slechts een laag onduidelijk herkenbaar bouwsel te vermoeden, maar dit was eens een alleenstaand zogenaamd hooghuis en (na het al lang verdwenen Bethaniënklooster) één der allereerste gebouwen in de hele wijk. Tijdens de overstroming van 1953 vonden de hulpdiensten de bewoonster, die niet uit haar bed kon, met het koude water aan de lippen. Ze stierf pas enige dagen later. De enkele jaren later in de wijk gebruikelijke benaming Polle ze' Veld sloeg niet op de weduwnaar.
  7. Op de hoek Battelsesteenweg met Karperstraat bevond zich gedurende decennia de Volkswagengarage Schippers.