Groot Begijnhof

Versie door SomeHuman (overleg | bijdragen) op 28 mrt 2019 om 15:51 (Heeft "Groot Begijnhof" beveiligd: std ([Hernoemen=Alleen automatisch bevestigde gebruikers toestaan] (vervalt niet)))
English.gif The largest of the two beguinages in Mechelen

<googlemap version="0.9" lat="51.032150" lon="4.474100" zoom="17" width="352" height="720"> </googlemap>

Het Groot Begijnhof te Mechelen
De XII-Apostelenstraat en in achtergrond de Begijnhofkerk

Het Groot Begijnhof in Mechelen is gesticht in de 13e eeuw en sinds het eind van de 16e eeuw gevestigd binnen de stadsmuren. Het geheel van kleine begijnenwoningen, conventen en schilderachtige beluikjes achter kleine poortjes is door UNESCO uitgeroepen tot Werelderfgoed.

Het is begrepen tussen de huidige Guido Gezellelaan, de Vrouw van Mechelenstraat, Nieuwe Beggaardenstraat, Sint-Katelijnestraat en Schrijnstraat, en omvat de Conventstraat, het Fonteinstraatje, de Hoviusstraat, Krankenstraat, Nonnenstraat, Jezuspoort, Moreelstraat, Sint-Alexiusstraat, Krommestraat, het Begijnenkerkhof achter de zogenoemde Begijnenkerk, de Sint-Beggastraat, Twaalf-Apostelenstraat, Acht-Zalighedenstraat en Cellebroedersstraat. Ten noorden lag de Begijnenweide, nu slechts een straatnaam, net buiten de noordwestelijke stadsvest.

Conventen

De term convent, van het Latijnse conventus of samenkomst, doelde aanvankelijk op een vergadering van monniken maar werd later minder specifiek gebruikt voor al dan niet religieuze vergaderingen. Aldus kreeg het ook de betekenis 'klooster' en die van al dan niet in een begijnhof gevestigde gemeenschappelijke begijnenwoning, in tegenstelling tot de individuele begijnenhuizen als in beluiken. Meestal werd hetzij daartoe een nieuw gebouw opgetrokken, hetzij begijnenhuizen herbruikt die ten behoeve van armere begijnen aan het begijnhof waren nagelaten.

Aan de oprichting werd meestal een stichtingsgeld verbonden om geruime tijd te voorzien in de elementaire behoeften als vlees, soepgroenten en brandstof voor verwarming en verlichting. Een regel werd opgesteld waarin de voorwaarden tot intrede en de leefregels van het convent. Het toezicht kwam aan een meesteres, die ook de taken verdeelde. In een begijnhof legde zij dan zelf gehoorzaamheid af aan de grootmeesteres van dat hof.

Beluikjes

De meeste beluiken bestonden uit gelijkvormige rijhuisjes met een erg beperkt wooncomfort. Het groeiend aantal fabrieksarbeiders in het begin van de 19e eeuw had voor een nijpend huisvestingsprobleem gezorgd. In de industriegebieden werden honderden arbeidswoningen opgetrokken. Om aan de lasten van een te hoge huishuur te ontsnappen, werd door de arbeiders uitgekeken naar de goedkoopste woningen. Rond de fabrieken schoten dergelijke huisjes als paddestoelen uit de grond. De meeste van deze woningen hadden slechts één plaats op het gelijkvloers die dienst deed als keuken, woon- en slaapkamer. Sommige hadden een verdieping, toegankelijk met een ladder. De huurkosten bedroegen gemiddeld 9 procent van het gezinsbudget.

Galerij

Externe links

Filmlinks


Bronnen

Voetnoten